Uit de pastorie

Terugblik op drie jaar in de wijngaard

Op zondag 5 januari 2020 nam ik afscheid van de gemeente Echtenerbrug-Oosterzee. Bij de uitgang van de kerk kwamen vele mensen even naar mij toe om met eigen woorden mij gedag te zeggen. Jullie lieve woorden toen en kaartjes die de afgelopen tijd in de brievenbus lagen riepen de nodige herinneringen op. Drie jaar geleden kende ik jullie nog maar nauwelijks en nu heb ik met de nodige mensen een stukje van het levenspad mee mogen wandelen. Ik schud met iemand de hand, die drie jaar geleden ernstig ziek is geweest. Ik schud iemand de hand, wiens kind ik heb mogen dopen. Hun gezichten roepen alle gesprekken weer wakker, die ik toen met hen had. Ik moet ook denken aan de ontmoetingen op de seniorenmiddag, de gespreksgroepen, de huiskamergesprekken, de bijzondere dienstencommissie enzovoort. Afscheid nemen is ook een tijd van terugkijken met een zekere weemoed.

Het eerste jaar dat ik hier was maakte ik kennis met de betrokkenheid van het dorp. Zo kwam iemand een bakje snert brengen toen het koud was en vond ik een zakje bieten bij de deur. Ik leerde volop de gemeente kennen toen de rommelmarkt werd gehouden. Er stonden overal standjes met kleding, pannen en elektronica. Ook waren er  heerlijke hamburgers van Wilma en er werden volop waren aangeprezen bij de kar. Ik heb nog altijd een grammofoonplaatje aan de muur hangen die ik toen van een gemeentelid kreeg. Op het hoesje van deze plaat stond namelijk “Glorieklanken -De zingende dominé”. Het was als een grapje bedoeld, omdat ik graag zing en de gemeente ook graag laat zingen.

Dit was ook het jaar waarin ik voor het eerst invulling leerde geven aan dominee, iets wat je 24 uur per dag bent. Ik bracht bezoeken en ik nam ieders wel en wee ook weer mee naar huis. Ik heb dat jaar geleerd om te luisteren, maar ook om die levensverhalen weer toe te vertrouwen aan de Levende God, die ieder van ons vasthoudt in de holte van zijn hand.

Iets anders wat bij mij opkomt als ik aan deze gemeente denk, is muziek. De cantorij, de All Stars en de Band of Brothers en uiteraard de stemmen van de gemeente zelf. In de doopdienst van Erik kwam dit ook terug: de cantorij zong uit volle borst een Ierse zegen: de zegen voor dit nog jonge leventje. En jullie als gemeente hebben hem verwelkomd in deze kerk en de kerk van Christus wereldwijd. Voor mij is dit een zeer kostbare herinnering uit mijn tweede jaar in deze gemeente.

Ik kan natuurlijk niet terugkijken op mijn tijd hier zonder de ontmoetingen met de kinderen te noemen. Ik introduceerde de kinderkoffer in deze gemeente en het doet mij veel plezier om te zien dat de kinderen er steeds meer aardigheid in hebben om de koffer te openen. Gastpredikanten staan regelmatig verbaasd over de uitgesproken kinderen in onze gemeente.

Ik ontmoette de basisschoolkinderen ook bij de kindercatechese, die ik samen met Froukje Bokhorst leidde. Daar praatten we ook echt met elkaar. Zo hadden we het een keer over bidden: waar bid je nou voor? De kinderen dachten aan zichzelf: je kunt bidden voor iets spannends of bedanken voor wat goed ging. Ze kregen toen een ezelsbruggetje om te bedenken waar je nog meer voor bidden kan. Dit geheugensteuntje kan je gewoon op je vingers natellen.

-Duim: je bedankt voor wat goed is gegaan.

-Wijsvinger: je dankt/bidt voor wat je aan kan wijzen.

-Middelvinger: je zegt sorry voor wat niet goed is gegaan.

-Ringvinger: Je bidt voor je familie en vrienden.

-Pink: Je bidt voor jezelf.

Eén van de kinderen gaf zijn gebedshandje aan mij, dus die hangt ook bij mij aan de muur.

Ik maakte ook het nodige mee met kerkenraadsleden. Momenten met diepe zuchten, maar ook soms met een lach. Ik wil zo’n laatste moment wel noemen in deze terugblik. Na een begrafenis op de begraafplaats van Oosterzee zouden we naar de Pomp in Bantega voor koffie en koek. Ik was die dag op de fiets en degene met wie Ria en ik meereden, moest na de begrafenis weer naar huis. Zo stonden Ria met haar scooter en ik met mijn fiets bij de kerk van Echten. Het eerste stuk fietste ik en Ria hield me gezelschap. Maar toen we op het rechte stuk kwamen richting Bantega zei Ria: Houd me vast, dan gaan we met een vaartje. Zo gezegd zo gedaan. Wij moesten er wel wat om lachen. Toen we bij de Pomp waren, zei de zoon van de overledene: kijk, daar is de vliegende dominee – die had ons dus onderweg gezien… Hij zei dat zijn vader daar zeker om had kunnen lachen.

Het derde jaar nam ik ook een deel van het ouderen-bezoekwerk over van Elly. Dit bracht mij dichterbij hen die leven met een groot verlies. Ook in de rouwgroep kwam dit terug. Wat heb ik veel levensmoed gehoord in alle pastorale gesprekken! Het was ook een jaar voor mij van waardering: Wij doen dit werk niet alleen. Wij zijn als kerk verantwoordelijk om het licht van Christus te zijn in onze dorpen. Ik kreeg uit handen van Jan Heida, namens heel de kerkenraad, een kaars mee die aan het licht van onze Paaskaars was aangestoken. Dit licht gaat met me mee, waar ik ook verder ga als predikant.

Ik heb nog geen vaste volgende gemeente omdat beroepingsprocedures nou eenmaal tijd kosten, maar er lopen meerdere gesprekken met gemeentes in het Westen van het land. Ik verleen tijdens het ziekteverlof van pastor Guus Doorn pastorale bijstand in de PKN Rutten.

Ik ontving van deze gemeente als afscheidscadeau de stola’s die bij het kerkelijk jaar horen, en als ik die draag, zal ik aan jullie denken.

Bedankt voor jullie openhartigheid, jullie trouw en jullie liefde, die ik in deze jaren ervaren heb.

Ik zal jullie, zoals altijd, in mijn gebeden blijven noemen.

Sifra Baayen