Liturgisch bloemschikken veertigdagentijd

Het thema van de bloemschikking in de Veertigdagentijd en Pasen is: “Ik ben er voor jou”. Elke zondag van de Veertigdagentijd staat er een ander werk van barmhartigheid centraal.

21 februari – 1e Zondag Veertigdagentijd:

” Ik was ziek en jullie bezochten mij” (Matt 25:36)

Als iemand ziek is, dan wensen we hem of haar een spoedig herstel. Dat doen we liever dan iemand echt te zien in zijn kwetsbaarheid en moeite. Maar iemand gezelschap houden die ziek is, hoe confronterend ook, biedt ons de kans samen te beseffen dat we allemaal kwetsbare mensen zijn, of we nou ziek zijn of gezond. Het maakt niet uit wie er aan de beurt is om sterk te zijn: we zijn allemaal kwetsbare mensen in Gods hand. Laten we elkaar, ook in de pandemie die ons in zijn greep houdt, nabij blijven.

28 februari – 2e Zondag in de Veertigdagentijd:

“Ik had dorst en jullie gaven mij te drinken”  (Matt 25:35)

Water lijkt zo gewoon. Het is overal. We bestaan elf voor meer dan de helft uit water. Maar juist dit hele gewone is essentieel. Zou het ontbreken, dan zouden we letterlijk verschrompelen. Ook Gods Geest is overal, net als water. Hij is aanwezig tot in ons eigen lijf. Zonder Zijn aanwezigheid, blijft er weinig van ons over. Laten we zorgvuldig omgaan met water en het niet zien als iets vanzelfsprekends. Laten we er zorg voor dragen dat het beschikbaar is voor iedereen, overal ter wereld.

7 maart- 3e Zondag in de Veertdigdagentijd

“Ik was een vreemdeling en jullie namen mij op” (Matt 25: 35)

Er is moed voor nodig om een vreemde echt welkom te heten. In de eerste plaats omdat je iemand niet kent en in de tweede plaats omdat iemand jou niet kent. Jij bent namelijk net zo goed een vreemdeling voor die ander. De eerste stap is dus om elkaar te leren kennen. Dat kan pas, als je iemand echt durft te zien. Een mens net als jij, met mooie en minder mooie kanten. En tenslotte als je de ander toestaat jou echt te zien. Een mens, net als hij, met mooie en minder mooie kanten. Als dat lukt, dan gaat de rest vanzelf.

10 maart- Biddag

“Laat ons barmhartig zijn voor ons gemeenschappelijk huis” is een oproep van paus Franciscus in 2015. Hij voegt hiermee een achtste werk toe aan de reeks van zeven werken van barmhartigheid.

Een zaadje is in rust. Het wacht op het moment dat de omstandigheden geschikt zijn om te groeien. Niemand weet hoe dat kan: hoe weet een zaadje wanneer het moet ontkiemen? Toch gebeurt het, soms na vele jaren. Hoe dat kan is een geheim dat alleen onze Schepper kent. Wij kunnen een zaadje niet laten ontkiemen. Wel kunnen wij zorgen voor de ideale omstandigheden van water, aarde, licht en warmte. Laten we bidden om Gods zegen en onze handen uit de mouwen steken. God schept leven. Wij kunnen als Zijn rentmeesters zorg dragen voor een gezonde aarde, waar planten, dieren en mensen floreren.

14 maart – 4e Zondag

“Ik was naakt en jullie kleedden mij” (Matt.25:36)

Kleding biedt ons bescherming tegen hitte, tegen kou en tegen de blikken van andere mensen. Ook vertellen we met onze kleding graag iets over wie we zijn en hoe we ons voelen. We kleden ons mooi, netjes, feestelijk, gedecideerd, creatief. Laten we dit iedereen gunnen en ruimhartig delen van wat we hebben. Laten we ons bovendien bewust  zijn van waar onze kleding vandaan komt en ons niet bekleden met onrecht.

 

 

21 maart – 5e Zondag

“Ik had honger en jullie gaven mij te eten” (Matt 25:35)

Voedsel is de basis van ons bestaan. We hebben gebeden om een zegen over onze oogst. Maar we kunnen alleen echt van dit wonder genieten, als we het samen delen. Zoals Jezus zichzelf aan ons heeft uitgedeeld, zo delen wij wat wij hebben met elkaar. Zoals voedsel de basis is van ons bestaan, zo is het delen van voedsel de basis van onze samenleving. Niet voor niets gedenken wij Jezus bij een maaltijd, die we samen delen.

 

28 maart 6e Zondag

Toen de zon was ondergegaan dolf ik een graf en begroef ik het lijk (Tobit 2:7)

We zorgen voor de doden, omdat we zorg dragen voor elkaar tot het einde. Ieder leven is van waarde. Ieder leven wordt gezien. We noemen iemands naam en geven hem of haar een plek wordt gezien. We spreken onze hoop uit dat de dood niet het einde is. We geven het lichaam terug aan de aarde, waar het wacht. Net als een zaadje, is het in rust tot het tijd is om te ontkiemen in een nieuw leven.

1 april – Witte Donderdag

Teksten uit een gedicht van Menno van der Beek (couplet 1en 2)

Hij hing op straat rond. Ik had geen idee                                                                                                                         wat hij daar deed. Beleefd vroeg ik hem mee                                                                          en bij het eten kwam hij langzaam los en nam hij ook het woord. Dat hebben we geweten. Vooral bij een paar glazen mooie wijn: toen hij een aantal diepe dingen zei                                                                    vielen alle gesprekken op hun plaats                                                               en zagen we de dwarsverbanden. Eindelijk.    

Er is moed voor nodig om in tijden van onzekerheid en  verdriet onze huizen, harten en gedachten open te zetten. Soms zitten we zo vast in onze eigen gedachten, dat we een heel nieuw perspectief nodig hebben dat alleen een vreemde ons kan bieden. Een ontmoeting met een vreemdeling, die ons leven in een nieuw licht beziet, is dan een groot geschenk. Laten we doen als de Emmaüsgangers en ons openstellen voor onverwachte ontmoetingen. Wie weet ontmoeten we Jezus zelf in de ander.

 

2 april – Goede Vrijdag

Tekst uit een gedicht van Menno van der Beek (couplet 6)

Zijn hart was vast te groot, want de regering, het geld, de macht en andere groeperingen              hebben hem opgepakt en ergens opgesloten waar wij dan weer geschrokken op bezoek gingen

Als iemand de waarheid spreekt, komt dat hard aan. We zouden de Waarheid kunnen omarmen, maar lopen er vaak liever voor weg. Of erger nog: we maken Hem voor leugenaar uit. We zien het gebeuren, de dag dat Jezus wordt veroordeeld en gekruisigd. Maar ook nu nog, wijzen we de Waarheid af. Vandaag staan we hierbij stil en keren ons naar binnen. We onderzoeken ons eigen hart. Zijn wij bereid om de Waarheid te horen? Of wijzen we Hem af, zelfs tot in de dood?